Barcode is een verzamelnaam: achter dat woord gaan tientallen symbologieën schuil, elk met een eigen doel. Wie zelf labels maakt of een scanproces inricht, hoeft er maar een handvol te kennen. Dit zijn de typen die je in retail en logistiek het vaakst tegenkomt.
De streepjescodes (1D)
EAN-13 en EAN-8
De standaard op consumentenproducten in Europa. EAN-13 codeert 13 cijfers, waarvan het laatste een controlegetal is: een rekenkundige controle over de overige twaalf. EAN-8 is de compacte variant voor kleine verpakkingen. De nummers worden centraal uitgegeven via GS1, zodat elk product wereldwijd een uniek nummer heeft.
UPC-A
De Amerikaanse tegenhanger van EAN-13, met 12 cijfers en eveneens een controlegetal. Scanners en systemen behandelen UPC-A en EAN-13 vrijwel identiek; een EAN-13 die met een 0 begint is technisch gelijk aan een UPC-A.
Code 128
Het werkpaard van de logistiek. Code 128 codeert niet alleen cijfers maar ook letters en leestekens, en is compact genoeg voor verzendlabels, locatielabels en interne referenties. Ook de GS1-128 (voorheen EAN-128), die je op dozen en pallets ziet met gegevens als batchnummer en houdbaarheidsdatum, is technisch een Code 128.
Code 39 en ITF-14
Code 39 is een oudere alfanumerieke code die je nog veel ziet in industrie en zorg. ITF-14 codeert 14 cijfers en staat vaak op omdozen — herkenbaar aan de dikke zwarte kaderranden.
De matrixcodes (2D)
QR-code
Kan veel data kwijt (tot duizenden tekens), is vanuit elke hoek leesbaar en heeft ingebouwde foutcorrectie, waardoor een beschadigde code vaak nog leesbaar is.
Data Matrix
De compacte 2D-code voor kleine onderdelen — elektronica, medische instrumenten, farmaceutische verpakkingen. Net als QR met foutcorrectie.
Waarom het controlegetal belangrijk is voor je scanproces
Het controlegetal in EAN en UPC is er niet voor de sier: het maakt het mogelijk om een mis-read te herkennen. Leest een scanner één cijfer verkeerd, dan klopt de controlesom niet meer en kan de code worden afgekeurd. ScanVerify gebruikt dit actief: EAN-13, EAN-8 en UPC-A worden bij elke scan gevalideerd op hun controlegetal, en codes zonder controlegetal (zoals veel Code 128-toepassingen) worden pas geaccepteerd na een stille dubbele bevestiging in twee camerabeelden. Zo komt een verkeerd gelezen code niet in je administratie terecht — meer daarover in Barcodes scannen en verifiëren in het magazijn.
Welke code kies je voor eigen labels?
- Alleen cijfers, product voor de verkoop → EAN-13 (via GS1 uitgegeven).
- Interne referenties met letters en cijfers → Code 128: compact en overal leesbaar.
- Veel data of kleine labels → QR of Data Matrix.
- Twijfel → Code 128 is voor interne logistiek vrijwel altijd een veilige keuze.
Veelgestelde vragen
Welke barcodes kan ScanVerify scannen?
Alle gangbare 1D- en 2D-codes, met de camera of met een hardware-scanner. EAN- en UPC-codes worden extra gevalideerd op hun controlegetal.
Maakt het codetype uit voor de verificatie?
Nee. De verificatie tegen de verwachte lijst — verwacht, onverwacht of dubbel — werkt hetzelfde voor elk codetype. De lijst bepaalt wat er verwacht wordt, niet de symbologie.
Wat is het verschil tussen GS1-128 en Code 128?
GS1-128 is een afspraak bovenop Code 128: dezelfde streepjes, maar met gestandaardiseerde datavelden (Application Identifiers) zoals batchnummer en datum. Hardware-scanners sturen daarbij soms een voorvoegsel mee; ScanVerify schoont dat automatisch op.
Zelf ervaren hoe ScanVerify werkt?
Download ScanVerify uit de Google Play Store en begin direct met scannen, verifiëren en koppelen. Tijdens de introductiefase volledig gratis.
Nu beschikbaar inGoogle Play